This is the first installment of an ongoing fictional story in Dutch. My intent is to publish a part every Monday. If you like the writing, please consider buying my book “Op zoek naar het rendement” on Amazon (also Dutch) or the joint effort “The Better Business Book” (English).

Daar stond ik dan. Mijn donkere haren met een grote hand gel in een strak kapsel getrokken, gekleed in een t-shirt met lange mouwen en daaroverheen een donkerblauwe polo met korte mouwen en opstaande kraag. De klok had net twaalf uur geslagen. Met rustige stappen liep ik naar voren. In de donkere ruimte, die ik als een popster betrad, stonden uitbundig feestende scholieren te dansen, terwijl gekleurde spotlights met de bastonen mee flitsten. Op het moment dat de zaal mij door de rook van de rookmachine kon zien begonnen leerlingen in de zaal te juichen. Met het slowmotion-effect van de stroboscoop betrad ik het podium en naam plaats achter de twee digitale draaitafels die voor mij klaarstonden.

Ik had mijn playlist tot in perfectie uitgedacht. Een tot op de mililiter afgemeten mix tussen hedendaagse pophits en klassiekers van de dansvloer in een steeds krachtiger opbouwende volgorde om het schoolfeest tot een ultieme climax te brengen. Ik moest alleen nog de nummers aan elkaar mixen. De avond kon niet meer stuk.

Langzaam bewoog ik de schuif van het nog draaiende nummer op het mengpaneel omlaag, terwijl ik de eerste hit op mijn playlist begon in te mixen. We begonnen meteen lekker met een plaat met onwijs dikke beats. De meisjes uit mijn klas schreeuwden het uit van enthousiasme. De jongens keken met pure afgunst hoe ik de show stal vanuit de DJ-booth.

Het ene na het andere schot in de roos volgde. De lampen flitsten over de dansvloer en de platen werden steeds heter. De grond trilde van de bas. De hele school stond in extase op de dansvloer. Zelfs sommige docenten konden het niet meer nalaten om zich los te laten.

Een van de knapste meisjes van de school beklom een van de gigantische speakers die in de club stond. Bovenop de luidspreker hief ze haar Breezer. “Op Robert!” schreeuwde ze. De rest van de groep volgde in haar toast. “Robert! Robert! Robert!” hoorde ik over de dampende beats scanderen. Dit was de beste nacht uit mijn volledige schooltijd. “Robert!” klonk plots ook een zware mannenstem door de menigte. “Robert! Misschien kun je ons uitleggen waarom Socrates verdacht werd van  het aanbidden van verkeerde goden?”

Ik schrok wakker uit mijn dagdroom. Het DJ-meubel bleek opeens een versleten houten schoolbankje te zijn waarvan de randen in splinters gerafeld waren en de onderkant van het blad volgeplakt zat met versteende hompjes kauwgom. De groep van driehonderd volledig uit hun dak gaande gymnasiasten die vol ontzag mijn naam scandeerden hadden plaats gemaakt voor een enkele geïrriteerde docent en zevenentwintig zwijgende scholieren.

In plaats van in extase keken mijn klasgenoten me verveeld aan. Het knappe meisje was niet boven op een speaker geklommen om te proosten op mij, maar zat gewoon in een ander schoolbankje bij het raam. Ze was fluisterend met een andere klasgenote die in het bankje naast haar zat aan het praten. Misschien dat ze het alsnog over mij hadden, maar het was waarschijnlijker dat ze ergens anders over spraken.

De docent was tot mijn bankje gelopen en keek me wachtend aan. Hij keek met een blik die in misdaadseries altijd door de rechercheur gegeven werd aan de hoofdverdachte tijdens een verhoor wanneer deze zich in het web van zijn eigen leugens verstrikt had. Een blik die zei: “ik ben benieuwd hoe je jezelf hier nog uit gaat praten.” Inmiddels helemaal wakker keek ik terug. Ik had deze man nooit helemaal begrepen. Enerzijds leek hij alles wat een puber was of daarmee te maken had bijna fysiek te verafschuwen. Anderzijds had hij na twintig jaar in het middelbaar onderwijs schijnbaar nog steeds het geloof dit luie werkschuwe volk discipline bij te brengen.

“U vroeg naar Socrates meneer?” stamelde ik lichtjes. Voor mijn gevoel kwam ik als een sulletje over. Op deze manier zou het natuurlijk helemaal niets worden met de op mijn dampende beats deinende meisjes.

“Ja, meneer Van Vecht. Waarom werd Socrates verdacht van het aanhangen van een heidense godsdienst?” sprak de leraar Grieks op een strenge toon. Hij liet korte pauzes tussen delen van zijn zin om zijn stelligheid te benadrukken. Van zo dichtbij kon ik het onbegrip voor het feit dat iemand zat te slapen tijdens een behandeling van de klassieken zien in zijn gezicht.

“Omdat hij altijd sprak over het duiveltje dat hem gedachten influisterde als hij een goed idee had?” zei ik op suggererende toon. Ik zag de gelaatsuitdrukking van de docent in een tweespalt vallen. Teleurstelling, omdat ik het juiste antwoord gegeven had terwijl ik wel degelijk had zitten dagdromen, maar ook blijdschap, omdat ik wellicht toch nog niet volledig aan de barbaarsheid verloren was.

“Heel goed Robert. Misschien kun je voortaan met je ogen open opletten.” zei hij sarcastisch. De rest van de klas keek nog steeds verveeld. Sommigen zaten uit het raam te turen. Ik ging rechtop zitten in mijn schoolbankje. Nablijven had ik zeker geen zin in. Dan maar de braverik uithangen.

If you want to keep on reading, continue to the second part published on January 16.

Tagged with:
 

One Response to Het Heerengymnasium: eerste deel

  1. Lydia Duijvestijn says:

    Hoi Stas, leuk geschreven en ik kan me deze situatie helemaal voorstellen – ik ben benieuwd waar dit heengaat!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *