This is the fourth installment of an ongoing fictional story in Dutch called “Het Heerengymnasium”. The first part was published on January 9 and the third part last week. My intent is to publish a new part every Monday. If you like the writing, please consider buying my book “Op zoek naar het rendement” on Amazon (also Dutch) or the joint effort “The Better Business Book” (English).

Samen met Mark was ik aan een ronde tafel in de kantine gaan zitten waar verder niemand aan zat. In tegenstelling tot de lokalen keken de ramen hier uit over het pleintje voor de school. De regen tikte ondertussen tegen het glas aan. Waar de binnenplaats van het gymnasium mooi onderhouden perkjes had, was het plein grotendeels betegeld met twee met gaas omheinde bomen erin. Daarnaast was er stalruimte voor een fiets of tien. Die plaatsen werden steevast door de laatkomers gebruikt. De rest parkeerde gewoonlijk in de fietsenstalling in de kelder onder het achterste deel van het gebouw. Een stadsbus reed voorbij aan het pleintje. Op dit uur stapte er niemand in of uit bij de halte voor de school. Buiten begon het ondertussen langzaam op te klaren. De regen werd minder hevig en er brak zelfs een beetje zonlicht door de wolken.

Mijn boterhammen had ik inmiddels op. Om de verveling te verdringen speelden we Kamertje Verhuren in mijn wiskundeschrift, die had namelijk geruit papier. Ondertussen vertelde Mark dat hij een gedownloade kopie van het computerspel Grand Theft Auto III had gekregen. Geïnteresseerd luisterde ik welke missies hij al had moeten voltooien in opdracht van de maffia.

Dezelfde luide bromtoon die vijfenveertig minuten geleden de pauze had ingeluid zoemde weer door het gebouw. Langzaam begonnen de leerlingen hun spullen in hun rugzak of schoudertas te pakken. De sjokkende karavaan richting de klaslokalen kwam op gang.

In het biologielokaal waren twee wanden volledig bedekt door vitrinekasten vol met planten en dierlijk materiaal in grote glazen potten op sterk water. Daarnaast stonden er een aantal van plastic gemaakte modellen van het menselijk lichaam en van bloemen. Naast het grote schoolbord stond een geraamte waarvan de vingerkootjes ontbraken en hingen schematische tekeningen.

“Niet zo naar die geslachtsdelen kijken, Rubbert!” Ik zat dromerig naar een van de vitrinekasten te kijken waar toevallig ook modellen van het mannelijk en vrouwelijk geslacht stonden, wat Justus opgevallen was. Dat was een van de andere jongens uit het groepje van Barend, die ondertussen achterin het lokaal ging zitten. Zelf was ik midden in de ruimte gaan zitten, aan de linkerzijde van een rijtje van drie schoolbankjes. Mark zat aan de rechterzijde en tussen ons in had Bob plaats genomen. Bob was een vrij sportieve jongen die fanatiek handbal speelde. Hij was zo iemand die het met iedereen eigenlijk wel goed kon vinden en het liefst gewoon zijn eigen gang ging.

Terwijl wij drieën verder spraken over het nieuwe computerspel van Mark kwam onze biologieleraar, Van der Heuvel, het klaslokaal binnen. Hij was een grijsharige babyboomer met een overkammer, die bijna altijd verward was. “Jongens, meisjes, pakken jullie je boek erbij? Pagina drieenzestig, nee, drieenzeventig.” Als een verstrooide wervelwind kwam de man de ruimte binnen gewaaid. Hij pakte een schrijfblok van zijn bureau wat hij, na zijn bril recht gezet te hebben, bestudeerde. “Ehm, nee, toch drieenzestig. We waren net bij osmose gebleven, zie ik.” De ruimte vulde zich met geritsel van scholieren die hun biologieboek uit hun rugzak haalden en naar de gevraagde pagina bladerden.

“Dus, osmose”, Van der Heuvel draaide zich om en schreef het woord groot op het schoolbord. “Wie kan zich nog herinneren wat dat is?” Drie handen van de zesentwintig leerlingen in het lokaal gingen omhoog. “Ja, ehm, Julia.” Het tengere roodharige meisje begon te antwoorden. “Dat is hoe cellen vloeistoffen filteren.” De leerkracht luisterde aandachtig. Hij zette zijn bril, die weer naar voren was geschoven, recht. “Ja, dat is bijna goed, dankje Julia. Osmose is inderdaad het proces waarbij…” De docent onderbrak zijn verhaal en keek naar de leerlingen aan de raamzijde. “Wat is er aan de hand? Zouden jullie ook mee kunnen doen in de les?”

Ik draaide me om. De gehele groep van klasgenoten die langs het raam zat staarde sensatiebelust naar buiten. Nieuwsgierig volgde ik de blikken. Onder de inmiddels klare hemel stegen enorm dikke rookpluimen op in het zuiden van de stad. Zo te zien was er ergens een stevig brand aan het woeden.

De biologieleraar was ondertussen ook richting de ramen gelopen om naar het spektakel buiten te kijken. Hoofdschuddend liep hij vervolgens terug. “Als iedereen uitgekeken is, zullen we dan weer verder gaan met osmose?” Op twee gezichten na, die sowieso bijna altijd uit het raam tuurden, volgde de klas gehoorzaam het verzoek op.

If you want to keep on reading, continue to the fifth part published on February 6.

Tagged with:
 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *