This is the fifth installment of an ongoing fictional story in Dutch called “Het Heerengymnasium”. The first part was published on January 9 and the fourth part last week. My intent is to publish a new part every Monday. If you like the writing, please consider buying my book “Op zoek naar het rendement” on Amazon (also Dutch) or the joint effort “The Better Business Book” (English).

De rest van de schooldag verliep zonder veel bijzonderheden. Tijdens de tweede pauze had iedereen het over de grote brand in het zuiden die nog een uur door had gewoed. Iets dergelijke gebeurde natuurlijk zelden in het stadje. Het was dus geen wonder dat het vuur en de grote rookpluimen de gemoederen zo bezig hielden.

Om vier uur ‘s middags was mijn laatste lesuur eindelijk voorbij. We hadden de dag afgesloten met Nederlands, een van mijn minder sterke vakken. Opgelaten liep ik naar de grote hal achter de entree op de begane grond van de school, waar de kluisjes zaten. Ik had voor maar een paar vakken huiswerk vandaag, dus kon ik een flinke stapel boeken op school achterlaten. Alle beetjes hielpen als je nog een halfuur naar huis moest fietsen.

De kluisjes zaten aan weerszijden van de centrale hal, opgesteld in twee parallelle gangetjes. Daartussen zat een grote open ruimte met een beige stenen vloer en drie marmeren replica’s van Griekse bronzen beelden. De gangetjes hadden steeds blokken van drie rijen met vijftien kluisjes die het formaat hadden van een flinke rugzak. Na elk blok zat een opening, waardoor je naar het open deel van de hal kon lopen. Achter de gangetjes zaten de kantoortjes van de schooladministratie en de conciërges.

Terwijl ik mijn rugzak uitruimde voegde Mark zich bij me. “Ben je klaar om te gaan fietsen?” vroeg hij. Ik knikte en draaide tegelijkertijd mijn kluisje op slot. Met de onnodige ballast achter slot en grendel liepen we door de gang naar de achterzijde van het gebouw. Aan het einde van de gang was een kleine trap van zes treden waarmee je de fietsenkelder in ging. De stalling was zo groot als de volledige achterzijde van het schoolgebouw en had een apart afgesloten deel voor de fietsen van docenten. Hij was inmiddels al wat minder vol. Het was dan ook laat op de dag, waardoor de meeste leerlingen al vertrokken waren.

We liepen door naar onze fietsen die achterin bij de uitgang stonden. In de morgen hadden we namelijk de eerste de beste stalplaats die vrij was genomen. Al lopende diepte ik mijn fietssleutel uit mijn broekzak. Toen we bij de fietsen aankwamen zag ik dat iemand een leeg blikje Redbull onder de snelbinders van mijn bagagedrager had gedaan. Ik zuchtte licht geërgerd en gooide het blikje op de grond. Daarna draaide ik mijn fiets van het slot en trok hem uit het rek. Nadat Mark zijn fiets ook gepakt had liepen we met de fietsen aan de hand de helling op de stalling uit. Vervolgens stapten we op en fietsen de straat uit richting ons dorp.

Hoewel het zich een stad noemde was de vestigingsplaats van de school feitelijk een groot dorp. De pretentie van stadsheid was nogal zinloos, aangezien het omringd werd door drie grote steden waaronder de hoofdstad. Daarnaast waren veel bewoners juist weggetrokken uit die steden, blij dat het stadje geen grootschalige stadsproblematiek kende. Overigens was het Gooi sowieso een lappendeken van kleine gemeentes met stuk voor stuk wethouders die er heilig van overtuigd waren dat hun winkelstraat een regiofunctie had. Zodoende werden er allerlei investeringen gedaan in winkelpanden die gedoemd waren tot leegstand. Er was dan wellicht nog geen sprake van de kredietcrisis of de daaropvolgende recessie, maar de opkomst van webwinkels was wel degelijk een feit.

Onze fietstocht ging zigzaggend door een oude woonwijk. Het stond hier vol met bescheiden jaren dertig woningen. In originele staat hadden ze allemaal een erkertje, een voorkamer en achterkamer gescheiden met ensuitedeuren en een kleine aparte keuken. Tegenwoordig was een flink deel van binnen echter verbouwd. Nadat we langs de respectabele voortuintjes gefietst waren staken we een grote weg over naar de volgende wijk. In plaats van rijtjeshuizen stonden hier grote vrijstaande woningen op flinke kavels, dikwijls met een stevige heg omheind.

Nadat we ook de villawijk doorkruisd hadden waren we bij het woud dat de twee plaatsjes van elkander scheidde. Zoals altijd vervolgden we onze weg op het fietspad parallel aan de provinciale weg tussen de stad en ons dorp. Dit stuk was zeker drie en een halve kilometer lang enkel rechtdoor, terwijl auto’s met tachtig kilometer per uur voorbij raasden en er verder niets anders dan bomen te zien was.

Gestaag fietsen we onze dagelijkse route verder. Onderweg bespraken Mark en ik de schooldag. Aan het einde van de ellenlange weg reden we het zuidelijke deel van ons dorp binnen. De weg ging met een viaduct over de spoorlijn heen, waarna een grote rotonde kwam. Mark woonde in het zuiden van het dorp en ik aan de westkant. Om die reden was de rotonde waar we nu uitkwamen zowel ons dagelijks ontmoetingspunt en waar onze wegen zich altijd scheidden. “Later!” zei ik tegen Mark. “Yo, later!” zei hij terug, waarna we in verschillende richtingen verder fietsten.

Thuis aangekomen stalde ik mijn fiets in het rek voor ons huis en liep door de voortuin naar de deur. Er was nog niemand in huis toen ik binnen stapte. Mijn ouders waren nog op het werk en mijn jongere zus ging overdag nog naar de naschoolse opvang. Ik hing mijn jas aan de kapstok in de gang. Daarna pakte ik de post van de deurmat en liep de woonkamer binnen. Direct achter de deur stond de eettafel, waarop ik het stapeltje brieven legde. Vervolgens liep ik naar achteren, waar ik mijn rugzak tegen de zijkant van de bank liet vallen alvorens er zelf op neer te ploffen.

Ik pakte de afstandsbediening van het salontafeltje dat tegenover de bank stond. Op de televisie klikte ik door naar de nieuwspagina van teletekst. In de lijst van binnenlands en buitenlands nieuws stond onderaan onder de korte berichten “Grote brand in Gooische scholengemeenschap.” De rookpluimen van die middag waren blijkbaar van de Bergschool in het zuiden van het stadje geweest. Volgens het bericht was een groot deel van die school verwoest. Over de toedracht was niets bekend.

Na nog wat andere berichten gelezen te hebben zette ik de televisie weer uit. Ik pakte mijn rugzak van de grond en liep de trap op naar mijn kamer op de eerste etage. Boven ging ik achter mijn bureau zitten en zette mijn computer aan om te gamen.

If you want to keep on reading, continue to the sixth part published on February 13.

Tagged with:
 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *