This is the ninth installment of an ongoing fictional story in Dutch called “Het Heerengymnasium” weekly published on Wednesdays. The first part was published on January 9 and the eighth part published on March 1. If you like the writing, please consider buying my book “Op zoek naar het rendement” on Amazon (also Dutch) or the joint effort “The Better Business Book” (English).

Altijd als er iets gebeurde op school, hoe pietluttig dan ook, was dat meteen het gesprek van de dag onder de leerlingen èn leraren. Of dat nu kwam doordat er vrijwel niets te beleven viel in de beschutte omgeving van het Heerengymnasium of omdat niemand wou overkomen alsof ze niet bij waren met de laatste nieuwtjes was mijn nooit duidelijk geworden. Vandaag ging het in ieder geval enkel nog over de mogelijke tijdelijke plaatsing van leerlingen van de Bergschool.

Het bleef me verbazen hoe sterk een gerucht een eigen leven kon gaan leiden in de wandelgangen van de school. Waar in de morgen de docente Nederlands enkel had opgemerkt dat er tijdelijk een deel van de VWO’ers van de Bergschool bij ons zou komen gingen in de middag al de wildste verhalen rond, zonder dat er ook maar enige officiële verklaring was afgegeven. Er waren zelfs leerlingen die zich afvroegen of er voor de rest van het jaar tachtig leerlingen per jaarlaag bij zouden komen. Sterker nog, een van de docenten merkte en passant op dat, wanneer hij zelfverdedigingstraining ging volgen als hij ooit aan scholieren van de Bergschool les moest gaan geven. In mijn ogen voelde het alsof we op het roddelkatern van de Telegraaf waren beland.

De laatste keer dat ik me kon herinneren dat een verhaal zo vervormde was toen mevrouw Meiveld van geschiedenis plots twee weken lang ziek was na de voorjaarsvakantie. Binnen een mum van tijd werd gespeculeerd over exotische ziektes die ze tijdens haar vakantie wellicht had opgelopen, terwijl anderen suggereerden dat ze besloten had alles achter zich te laten en een nieuw leven in een ver warm land op te bouwen. Uiteindelijk bleek dat ze niet verder dan het Duitse Hochsauerland was gerezen die vakantie en na thuiskomst een stevige buikgriep had gevat.

Zelf was ik in al deze geruchten een bijstander. Ik kwam nooit verder dan rustig te luisteren naar de hersenspinsels van mijn klasgenoten. Wanneer me toch iets noemenswaardigs te binnen schoot, omdat ik iets gezien of gelezen had, was het gesprek meestal al op een ander onderwerp over gegaan of helemaal voorbij eer ik de juiste zin in mijn hoofd geformuleerd had.

Na het avondeten trok ik mij terug op mijn kamer. Mijn ouders zaten beneden op televisie een cabaretspecial te kijken. Mijn zusje hing ondertussen met een van haar vriendinnen aan de telefoon. Zelf zat ik achter mijn computer, waarop ik een populair online spel speelde, zoals ik vaker ‘s avonds deed. Als een jonge ridder verkende ik de uitgestrekte heuvels van het nieuwe land op zoek naar roem en rijkdom. In mijn queesten was ik al veel andere medebewoners van de grote middeleeuwse wereld afkomstig uit allerlei verschillende continenten tegengekomen.

Op deze avond liep ik een onbekende grot in. De gasten van de lokale bar in een nabij dorpje hadden verteld dat hier een mythisch zwaard te vinden was. Natuurlijk moest ik dat bemachtigen. Zodoende was ik mijn ondergrondse zoektocht begonnen. Ik had een fakkel opgestoken om te kunnen zien in het donker van de bergholte. Kleine tegenstanders, zoals dikke ratten, probeerden mij aan te vallen, maar die sloeg ik met gemak van mij af.

Plots zag ik in de verte een flits op mijn radar. Ik kon niet zien wat het was, want mijn fakkel scheen niet ver genoeg. “Waarschijnlijk weer een rat”, dacht ik schouderophalend. Bam! Met een rode flits schoot mijn gezondheidsmeter een stuk omlaag. Ik werd aangevallen. Snel keek ik om mij heen. “Een grottenbeer valt je aan” stond op de berichtenlijst, maar ik had geen idee wat voor beest dat was. Vlug pakte ik mijn zwaard en schild om terug te slaan.

“Robert, ben je nu nog wakker?” Mijn moeder stond boos in de deuropening. “Nu niet, er is een grottenbeer die me aanvalt!” reageerde ik opgewonden zonder op te kijken van het computerscherm. “Maakt me niets uit. Het is al veel te laat. Papa en ik willen ook gaan slapen, dus de lichten gaan nu uit!” Ze liep mijn kamer verder in. “Luister eens als ik tegen je praat! Anders trek ik de stekker eruit.” Nu keek ik wel op uit mijn gevecht met de grottenbeer, wanhopig. “Het is genoeg geweest. Morgen is er weer een dag, Robert.” Naast me hoorde ik een schrille toeter. Verschrikt keek ik terug naar mijn computer. “Emperor Rob is gevallen” stond met dikke letters op het scherm. De grottenbeer had overwonnen. Chagrijnig sloot ik de PC af. Nu had het toch geen zin meer door te gaan.

“Welterusten” zei mijn moeder toen ik richting mijn bed liep. “Tot morgen” reageerde ik met een boze stem, terwijl ze mijn kamer verliet. Door de deuropening kon in nog net zien dat mijn zus uit haar kamer gluurde. Waarschijnlijk had ze mijn moeder horen uitvallen en was ze gaan luistervinken. Toen mijn moeder de gang in liep glipte ze echter snel weg.

De volgende ochtend fietsten Mark en ik zo snel als we konden richting het Heerengymnasium. We waren vandaag zeker te laat. Ik was de voorgaande avond veel later dan normaal gaan slapen, waardoor ik door de wekker heen geslapen had. Daardoor waren we pas kwart over acht van de grote rotonde richting het stadje waar de school zat vertrokken. Als je te laat kwam moest je een briefje bij de conciërge halen. De eerste keer in de maand leidde dat slechts tot een waarschuwing, maar elke daaropvolgende keer betekende nablijven. Helaas hadden Mark en ik onze waarschuwing deze maand al geïncasseerd, dus voelde ik de bui al hangen.

Een kleine tien minuten na het begin van de eerste les reden we de straat van de school in. Vlak voor de school stond een grote vrachtwagen met hijskraan geparkeerd. Op het deel van het pleintje voor de school dat de bouwvakkers gister hadden afgezet werden kantoorunits neer getakeld. Daaromheen waren werklui bezig met het opbouwen van een tijdelijk gebouw. Het was overduidelijk: er werden noodlokalen neergezet.

If you want to keep on reading, continue the tenth part published on March 22.

Tagged with:
 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *